|
Kernfusie,
een zon op aarde
| 2 |
Kernfusie
als energiebron |
| 2.5
|
De
economie van fusie-energie |
In de laatste 10 jaar zijn er verschillende onafhankelijke studies verricht naar de economische
aspecten van elektriciteit uit kernfusie. Hiervoor zijn standaard economische methodieken,
computercodes en berekeningsmethoden gebruikt, die bovendien gecontroleerd zijn door onafhankelijke experts.
De belangrijkste conclusie van die studies is dat kosten van elektriciteit uit kernfusie fusie vergelijkbaar
zal zijn met die van elektriciteit uit duurzame energiebronnen [3].
Er zijn twee soorten kosten die bij elke energiebron van belang zijn: de directe kosten en de
externe kosten van fusie energie. Met de directe kosten worden de kosten bedoeld die voortkomen
uit de bouw, het gebruik tijdens de gehele levensduur, de brandstof, en de uiteindelijke ontmanteling
van een fusiecentrale. Deze kosten komen uiteindelijk tot uiting in een kilowatt-uur prijs van de
elektriciteit. De externe kosten hebben betrekking op de kosten verbonden aan milieuschade en
gezondheidsschade, die door de samenleving worden gedragen.
De directe kosten van fusie-elektriciteit zijn geschat met behulp van een standaard
kostenmethodologie die gebruikt wordt in OECD en IAEA studies. De totale kosten in deze
methodologie worden berekend door de fusiecentrale op te delen in 80 deelsystemen waarvan
de kosten individueel geschat worden. Hierbij wordt rekening gehouden met rente,
vervangingskosten, bouwkosten, bedrijfskosten, en kosten om de centrale na zijn levensduur
buiten dienst te stellen. Het resultaat van deze methode is dat fusie-elektriciteit tussen
de 0,05 en 0,10 Euro per kWh gaat kosten, met als meest waarschijnlijke waarde 0,07 Euro
per kWh. Dit is ongeveer 50% duurder dan kolen of kernsplitsing, maar is vergelijkbaar
met schoon fossiel en duurzame bronnen, wanneer van de laatste de kosten voor energieopslag
buiten beschouwing worden gelaten.
De bedoeling van een externe kostenanalyse is om een idee te krijgen van de negatieve gevolgen
van een energietechnologie die niet in de directe kosten tot uitdrukking komen. Een methodologie
hiervoor, de zogenaamde "ExternE-methode" werd al eerder door de Commissie van de Europese Unie
ontwikkeld, en toegepast op vele energiebronnen. De ExternE methode kijkt naar de totale levenscyclus
van een energiecentrale op een bepaalde plaats, inclusief bouw, brandstoftoelevering, bedrijf en
uiteindelijke ontmanteling. Daarbij wordt gekeken naar factoren als gevaarlijke chemische en
radioactieve emissies, verkeersongelukken, bedrijfsongelukken, ongelukken op de centrale met gevolgen
voor de omgeving, en bedrijfsmatige blootstelling aan gevaarlijke situaties. Het resultaat van deze
studie is dat fusie, samen met wind- en zonne-energie, tot de bronnen met de laagste externe kosten
behoren, zoals te zien in figuur 11. De externe kosten van bijvoorbeeld olie zijn ongeveer 20 keer zo hoog.
|
| Figuur
11. Externe kosten van verschillende energiebronnen verdeelt
over kosten verbonden aan de opwarming van de aarde door het
broeikaseffect, en overige kosten, zoals de gevolgen van gezondheidsschade,
bedrijfsongelukken en zwaveluitstoot. |
|