|
Kernfusie,
een zon op aarde
| 1
|
De
principes van kernfusie |
Het fusieproces dat de zon en de sterren van energie voorziet
- de fusie van waterstofkernen - is niet geschikt om op aarde
te gebruiken. De reden hiervoor is dat het proces slechts
zeer langzaam verloopt: eigenlijk brandt de zon op een laag
pitje. Dat er toch zoveel energie vanaf komt is te danken
aan de enorme afmeting van de zon, en de dientengevolge enorm
hoge druk in het centrum.
Hoewel er vele denkbare fusiereacties mogelijk zijn, zijn
er maar een paar interessant voor fusie op aarde. Dat zijn
de reacties die bij een relatief lage temperatuur en druk
toch een redelijke reactiewaarschijnlijkheid hebben. De fusiereactie
die op aarde het gemakkelijkst tot stand te brengen is, is
de reactie tussen de waterstof-isotopen deuterium en tritium:
D + T => 4He + n + 17.6 MeV
Hierin staat D voor deuterium (het stabiele isotoop van waterstof,
met één proton en één neutron in de kern), T voor tritium
(het radioactieve isotoop van waterstof, met één proton en
twee neutronen in de kern), 4He voor helium, en
n voor neutron. De reactie is afgebeeld in figuur 1. De vrijkomende
energie wordt uitgedrukt in mega-elektronvolt (1 MeV = 1.602·10-13
Joule). Om voldoende fusiereacties te produceren moet de temperatuur
van het plasma ongeveer 150 miljoen graden Celsius bedragen.
Bij een fusiereactie komt ongeveer vier miljoen maal meer
energie vrij dan bij een chemische reactie, zoals bijvoorbeeld
bij de verbranding van koolstof. Dat enorme verschil zorgt
er voor dat een fusiecentrale - vergeleken met bijvoorbeeld
een kolencentrale - slechts een minimale hoeveelheid brandstof
nodig heeft. Om een elektriciteitscentrale van 1000 MW (de
grootte van een gemiddelde kolencentrale) een jaar lang aan
de gang te houden, moet ongeveer 2,7 miljoen ton steenkool
worden verbrand. Dezelfde hoeveelheid energie kan in een fusiecentrale
worden opgewekt door de fusie van slechts 250 kilogram van
een deuterium-tritium mengsel.
De D+T reactie is niet de enige mogelijkheid voor een fusiecentrale;
ook bijvoorbeeld de fusie tussen twee deuteriumatomen (D+D)
is mogelijk. Deze reactie zou het gebruik van tritium overbodig
maken, en bovendien hebben de geproduceerde neutronen een
lagere energie, zodat ze gemakkelijker zijn op te vangen en
minder schade toebrengen aan de reactorwand. Voor deze reactie
is echter een hogere temperatuur nodig, dus voorlopig liggen
de mogelijkheden van deze 'geavanceerde' fusiereacties nog
in de toekomst, en is alleen de D+T reactie relevant voor
de eerste generatie fusiecentrales.
|