Kernfusie in 1 minuut
Kernfusie, een zon op aarde
Nieuws
Veel gestelde vragen
ITER
Fusie in de media
Fusion Road Show
Downloads
Galerij
Stel een vraag
Links

 

Nieuws uit de Fusiewereld in 2008

  • 18 november 2008

  • Nederlands en Rusland samen in "Centre of Excellence"

    Het FOM-instituut voor Plasmafysica Rijnhuizen in Nieuwegein gaat samen met vier Russische instituten het internationale Centre of Excellence for Fusion Physics and Technology vormen. NWO steunt de samenwerking met een half miljoen euro. Coördinator van het nieuwe Centre of Excellence is dr. Tony Donné, adjunct-hoofd van de afdeling Fusiefysica van FOM-Rijnhuizen. Zijn Russische tegenhanger is dr. Boris Kuteev van het Kurchatov-instituut in Moskou.

    Het Centre of Excellence onderzoekt de fundamentele natuurkunde van fusieplasma's in de context van de internationale onderzoeksreactor ITER, in aanbouw in het Zuid-Franse Cadarache. In die installatie wordt een plasma (heet, geladen gas) van de waterstofisotopen deuterium en tritium verhit tot 150 miljoen graden. Bij die temperaturen smelten de atoomkernen samen en komt energie vrij.

    Volgens NWO's referees "behoren de betrokken groepen tot de wereldtop in hun onderzoeksgebied." De gemengde Nederlands-Russische commissie voor gezamenlijk Nederlands-Russisch onderzoek "heeft er vertrouwen in dat het voorgestelde onderzoek een belangrijke bijdrage zal leveren aan de ontwikkeling van kernfusie".

    Links: Een magnetische instabiliteit gemeten in de TEXTOR-tokamak. Het rood/gele gebied is heter dan het overige plasma en is door magnetische veldlijnen geïsoleerd van de rest van het plasma. Zonder ingrijpen van buitenaf zal de instabiliteit groeien, totdat deze de magnetische opsluiting doorbreekt. De energie in het centrale deel van het plasma gaat dan in korte tijd verloren naar de veel koelere plasmarand. Experts binnen het Centre of Excellence hopen de vorming en groei van deze instabiliteiten onder controle te krijgen en zo het rendement van het fusieplasma te verhogen. (Afbeelding: FOM-Rijnhuizen).

    Turbulentie
    ITER heeft als doel de technische en wetenschappelijke haalbaarheid van kernfusie als energiebron aan te tonen. Het nieuwe Centre of Excellence zal de grote fysische uitdagingen van fusiereactoren aanpakken: naast energietransport door turbulentie en instabiliteiten in het plasma wordt ook de interactie van het hete plasma met de reactorwand onderzocht. Verwacht wordt, dat de ITER-reactor in 2018 in bedrijf gaat. Dan zal het apparaat in korte pulsen tien keer zoveel energie opwekken als nodig is om het plasma op te sluiten en te verwarmen.

  • 12 november 2008

  • Internationale Fusion Expo weer op pad

    Deze week is de Fusion Expo voor het eerst vertrokken vanuit Ljubljana, de hoofdstad van Slovenië. De reizende internationale tentoonstelling over kernfusie zal te zien zijn tijdens de European City of Science Exhibition die van 14 t/m 16 november wordt georganiseerd in het Grand Palais in Parijs.

    De Fusion Expo is een project van de Europese Commissie en EFDA, de European Fusion Development Agreement. De door Europa rondreizende expositie presenteert kernfusie als schone, veilige en onuitputtelijke energiebron. Met behulp van schaalmodellen, films en interactieve objecten worden de basisprincipes van kernfusie en de technologiesche uitdagingen uitgelegd. De expositie biedt ook inzicht in het internationale onderzoek, het ITER project en een vooruitblik op de bouw van toekomstige fusie-energiecentrales.

    Na jarenlang vanuit Italië geopereerd te hebben is de Fusion Expo sinds oktober 2008 de verantwoordelijkheid van de Sloveense Fusie Associatie SFA. Na deze eerste reis naar Parijs staan voor begin 2009 exposities in Polen en Duitsland gepland. Organisaties die interesse hebben om de Fusion Expo te ontvangen kunnen contact opnemen met SFA.

    Op de European City of Science Exhibition is meer kernfusie te zien: De Deense Fusie en Plasma Roadshow, geïnspireerd op onze eigen Nederlandse Fusion Road Show, zal er ook optreden. Daarnaast presenteren veel Europese onderzoeksprojecten zich op deze expositie ter ere van het Franse voorzitterschap van de EU.

    Meer informatie:

  • 30 oktober 2008

  • Kernfusie in de klas

    Kernfusie vindt haar weg naar de klaslokalen. Donderdag 30 oktober is de lesmodule ‘Kernfusie’ voor middelbare scholen gecertificeerd door de Landelijke Stuurgroep NLT. De module wordt daardoor landelijk erkend als onderdeel van het nieuwe schoolvak Natuur, Leven en Technologie (NLT). 'Kernfusie' is ontwikkeld door Erik Min (hoofdredacteur) en Amy Shumack van FOM-Instituut Rijnhuizen, in samenwerking met natuurkundedocenten Lieke Heimel en Peter van Soest. De Stuurgroep NLT was "erg enthousiast over het verdiepende karakter van de module".

    De nieuwe kernfusie-module daagt leerlingen uit om een fusiecentrale te ontwerpen die genoeg energie kan opwekken voor een stad als New York. Aan de hand van zeven ontwerpstappen wordt naar het ontwerp toegewerkt. De voor- en nadelen van fusie en de uitdagingen rond het bouwen van een centrale komen uitgebreid aan de orde. Leerlingen krijgen zo een beeld van het huidige, internationale fusie-onderzoek, maar ook van de bredere energieproblematiek.

    Presentatie van de module
    Het zal nog enkele weken duren voordat de module beschikbaar komt voor scholen. Het Landelijk Ontwikkelplatform verwacht de opmaak en eindredactie voor de kerstvakantie af te ronden. Op de NLT-website is al wel een zogenaamde 'ongeredigeerde eindversie' zonder opmaak en afbeeldingen beschikbaar. De module wordt onder meer op de landelijke Woudschoten conferentie voor natuurkundedidactiek gepresenteerd. In februari en maart verzorgt Erik Min voor het Junior College Utrecht lessen uit de module.

    Nieuw bètavak voor havo en vwo
    NLT is een nieuw geïntegreerd bètavak, dat scholen sinds september 2007 in de bovenbouw van het havo en vwo kunnen aanbieden. De hoofddoelstellingen van NLT zijn het verhogen van de aantrekkelijkheid van het bètaonderwijs en versterken van de samenhang tussen de verschillende bètavakken. Het vak is opgebouwd uit lesmodules over verschillende disciplines, waar scholen zelf een keus uit kunnen maken. NLT wordt afgesloten met een schoolexamen.

    Meer informatie:

    • Achtergrond over het nieuwe vak NLT.
    • De module 'kernfusie' op de NLT website
  • 6 oktober 2008

  • Ontwerpfase laser-fusiereactor HiPER van start

    In het Londense Science Museum is de ontwerpfase van het HiPER-project ingeluid. De komende drie jaar zullen wetenschappers uit tien verschillende landen werken aan een bouwplan en planning voor een installatie die kernfusie wil bereiken met behulp van lasers.

    De High Power Laser Energy Research facility - kortweg HiPER - moet laten zien dat het mogelijk is energie op te wekken uit de zogenaamde 'traagheidsfusie' van de waterstofisotopen deuterium en tritium. Daarbij worden kleine bolletjes brandstof in het HiPER-ontwerp in een fractie van een seconde samengeperst door zeer intense laserflitsen. Het idee wordt ook onderzocht in de Amerikaanse faciliteit NIF en de Franse laserinstelling MegaJoule, die beiden een duidelijk militaire component hebben. HiPER wordt daarentegen geheel openbaar.

    HiPER wordt gepresenteerd als een alternatieve weg om kernfusie te bereiken. Prof. Steven Cowly, directeur van de United Kingdom Atomic Energy Agency (UKAEA), zei hier tijdens de presentatie van de plannen het volgende over: "Fusie is zo belangrijk dat we alle manieren moeten proberen om het tot stand te brengen. HiPER is niet een opvolger van fusie met magnetische opsluiting, maar een parallele ontwikkeling". Wanneer HiPER gebouwd en getest kan worden, is hopelijk over drie jaar duidelijk.

    Meer informatie:

  • 29 september 2008

  • Brazilië bijna ITER-lid

    Het internationale genootschap dat samenwerkt aan de fusiereactor ITER krijgt een nieuwe deelnemer. Dat meldt de Braziliaanse krant O Estado de São Paulo. Volgens de krant staat Brazilië op het punt om voor één miljard dollar in het ITER-project te stappen. De huidige zeven ITER-partners bouwen in het Zuid-Franse Cadarache aan de eerste fusieinstallatie die netto energie wint uit het proces dat ook de zon aandrijft: kernfusie. Daarbij smelten waterstofkernen in een gas van miljoenen graden heet (een plasma) samen tot helium en komt energie vrij.

    De EU, Japan, India, China, Rusland, Zuid-Korea en de VS hopen met ITER en diens opvolger DEMO een schone, duurzame energiebron te ontwikkelen voor de tweede helft van deze eeuw. De bouwkosten van ITER bedragen vijf miljard Euro; Brazilië zou daar tot één miljard aan bijdragen. Het land is van plan om die steun deels in de vorm van niobium-erts te leveren. Dat metaal wordt gebruikt in de supergeleidende magneten die het hete fusieplasma in ITER van de reactorwand houden. Naar verwachting gaat de installatie in 2018 voor het eerst in werking.

    Meer informatie:

  • 9 september 2008

  • Materiaalonderzoek fusiereactoren verklaart inzakken Twin Towers

    Materiaalonderzoeker dr. Sergei Dudarev van het fusie-onderzoekscentrum UKAEA in Culham, nabij Oxford, heeft voor het eerst achterhaald waarom staal verzwakt en zacht wordt bij hoge temperaturen. Op atoomniveau is staal verdeeld in gebiedjes waarin de magneetvelden van alle atomen in dezelfde richting wijzen. Dudarev ontdekte dat die magnetische ordening boven de 500 graden Celsius verdwijnt, wat de cohesie van het materiaal verstoort. Die materiaalverzwakking trad volgens de onderzoeker ook op in de New Yorkse Twin Towers, waardoor die na terroristische aanslagen op 11 september 2001 instortten.

    Dudarev onderzoekt technieken om een hittebestendige reactorwand te maken voor gebruik in toekomstige kernfusie-reactoren zoals de onderzoeksreactor ITER, in aanbouw in het Zuid-Franse Cadarache. In een fusiereactor zit een heet, geladen gas (plasma) van waterstof gevangen in magneetvelden. Bij temperaturen van 150 miljoen graden smelten waterstofkernen samen en komt energie vrij. Dat is de energiebron van de zon en wetenschappers dromen ervan die in te zetten als schone, onuitputtelijke energiebron op aarde. Een kooi van magneetvelden zorgt dat het plasma niet in direct contact komt met de reactorwand, maar die krijgt toch hoge temperaturen te verwerken.

    "Als we begrijpen hoe materialen zich gedragen, kunnen we het juiste recept vinden om staal sterker te maken bij hoge temperaturen", vertelt de onderzoeker, "Ik dacht dat het nuttig zou zijn de data voor een reactorwand te vergelijken met het verzwakkende skelet van de Twin Towers. Maar ik was echt verbaasd toen bleek dat de twee grafieken van verzwakkend staal bijna precies op elkaar pastten."

    Meer informatie:

  • 1 september 2008

  • Vijftig jaar internationale samenwerking aan kernfusie

    Op dinsdag 2 september is het precies 50 jaar geleden dat in Genève de Atoms for Peace-conferentie van start ging. Wetenschappers uit Oost en West spraken daar voor het eerst over hun doorbraken en tegenslagen in onderzoek naar kernfusie. Zo'n vrije uitwisseling van ideeën tussen de twee machtsblokken was ongekend. Met Atoms for Peace begon een internationale samenwerking op het gebied van kernfusieonderzoek die tot op de dag van vandaag voortduurt. Van 13 t/m 18 oktober kijkt het VN-atoomgenootschap IAEA in een conferentie in Genève terug op een halve eeuw internationaal fusieonderzoek en worden de laatste wetenschappelijke resultaten gepresenteerd.

    Ongekende openheid
    In 1958 beseften de deelnemers aan Atoms for Peace goed hoe bijzonder het was dat ze tijdens de conferentie van van gedachten mochten wisselen. Tijdens de Koude Oorlog werd van alles een wedstrijd tussen Oost en West gemaakt en de vrije uitwisseling van kennis tijdens de conferentie was uniek. Tijdens de conferentie wisselden de Russische expert Artsimovich, de Amerikaan Teller, de Zweed Alfvén en de Brit Thonemann van gedachten

    Lev Artsimovich, die op de conferentie de USSR vertegenwoordigde, zei tijdens zijn voordracht dat fusieonderzoek wel "...op maat gemaakt lijkt om hechte samenwerking te stimuleren tussen wetenschappers en ingenieurs uit verschillende landen. Die moeten samenwerken volgens één gemeenschappelijk plan en continu de resultaten van hun berekeningen, experimenten en technische ontwikkelingen delen." Artsimovich kreeg gelijk, want met Atoms for Peace begon een halve eeuw internationaal onderzoek naar kernfusie. Dat heeft geleid tot de succesvolle onderzoeksreactor JET (Joint European Torus) en de onderzoeksreactor ITER, in aanbouw in het Zuid-Franse Cadarache. In ITER werken de EU, China, Japan, India, Rusland, Zuid Korea en de VS samen.

    Halve eeuw fusie-onderzoek
    Dat kernfusie energie oplevert, was al in de eerste helft van de vorige eeuw bekend. Hans Bethe liet in 1939 zien hoe onze zon haar warmte opwekt door in haar kern waterstofatomen te fuseren tot helium. Na de Tweede Wereldoorlog werd geprobeerd dat proces op aarde na te bootsen. De Duitse wetenschapper Richter claimde al in 1951 in Argentinië dat hij het probleem had gekraakt. Ook al bleek zijn experiment uiteindelijk niet te werken, het stimuleerde andere landen zoals Groot-Brittannië, de V.S, en de Sovjet-Unie om het fusievraagstuk snel op te pakken. Aanvankelijk deed elk land dat in het geheim: fusieonderzoek was namelijk misschien militair interessant. Maar kernfusie bleek technisch ingewikkeld én ongeschikt om in te zetten als wapen.

    Om voortgang te boeken was internationale samenwerking nodig. De eerste aanzet kwam tijdens een bezoek van de Sovjetleiders Chroesjtsjov en Bulganin aan Groot-Brittannië in 1956. De meegereisde wetenschapper Kurchatov vertelde toen aan zijn Britse collega's wat voor fusietechnieken in het Oostblok waren ontwikkeld. Twee jaar later konden wetenschappers uit de Sovjet-Unie en uit het Westen in Genève voor het eerst van elkaars doorbraken leren. Nog steeds is onderzoek naar kernfusie een schoolvoorbeeld van succesvolle internationale samenwerking. Een mooi lichtpuntje in een tijd van internationale spanning en energieproblematiek.

  • 15 juli 2008

  • Koreaans fusie-experiment KSTAR gaat van start

    Zuid Korea heeft een nieuw geavanceerd fusie-experiment, genaamd KSTAR, in gebruik genomen. Op 15 juli werd het eerste plasma gemaakt, traditiegetrouw het moment waarop een tokamak voor 'geopend' wordt verklaard. KSTAR is gebouwd door het National Fusion Research Institute (NFRI), gevestigd in Daejon, de ‘Silicon Valley’ van Korea.

    KSTAR is vooral bijzonder omdat het supergeleidende spoelen gebruikt: er zijn wereldwijd maar enkele tokamaks die dat doen. De spoelen in KSTAR gebruiken zelfs als enige het zelfde supergeleidende materiaal - Niobium-tin, Nb3Sn - als de toekomstige spoelen van het fusie-experiment ITER, dat op dit moment in Zuid-Frankrijk wordt gebouwd door een consortium van zeven partners, waaronder Korea. Het NFRI coördineert de Koreaanse inspanning voor ITER.

    Een persbericht van het instituut meldt dat deze mijlpaal "… betekent dat Korea een van de belangrijkste landen is geworden met een prominente experimentele faciliteit waarop voorbereidend onderzoek voor ITER kan plaatsvinden." Het persbericht meldt verder dat elke fase van de ingebruikneming steeds bij de eerste poging succesvol en volgens plan verliep, een duidelijk bewijs voor de kwaliteit van het ontwerp en de constructie.

    Van de Aziatische landen hebben Korea, Japan, India en China alle vier een actief fusieonderzoeksprogramma, en de landen zien fusie als een belangrijke mogelijkheid voor hun toekomstige energievoorziening. China bouwt op dit moment in hoog tempo de EAST tokamak, Japan werkt aan een nieuwe tokamak genaamd JT-60 Super Upgrade, en India bouwt de SST-1 tokamak.

    Meer informatie:

  • 18 juni 2008

  • Planning en ontwerp kernfusie-experiment ITER bijgesteld

    De ITER Organization heeft op 17 en 18 juni tijdens een vergadering van de ITER Council in Aomori, Japan, de planning en het ontwerp van het kernfusie-experiment ITER bijgesteld. De nieuwe planning voorziet in de start van ITER in 2018, een verschuiving van twee jaar ten opzichte van de oorsponkelijke planning. Tijdens de Council is bovendien het besluit genomen om de formele onderhandelingen te beginnen met Kazachstan, om te bepalen onder welke voorwaarden het land als achtste partner aan het ITER project kan deelnemen. De ITER Council bestaat uit regeringsvertegenwoordigers van de zeven ITER leden: de EU, China, India, Japan, Korea, Rusland en de VS.

    Design review
    De bijstelling in planning en ontwerp is het gevolg van de Design Review, een diepgaande analyse van het uit 2001 stammende ITER-ontwerp en planning door een groot aantal experts uit de internationale fusiewereld. De Design Review ging direct na de officieële goedkeuring van het ITER project in 2006 van start met als doel tot een nieuw ‘baseline design’ te komen, waarin de laatste wetenschappelijke inzichten en voortschrijdende techniek zijn verwerkt, en dat is aangepast aan de specifieke bouwlocatie in Cadarache, Zuid Frankrijk. De oorspronkelijke planning ging uit van de start van de bouw in 2006, maar daarin was geen rekening gehouden met deze design review.

    De review heeft geleid tot 14 aanpassingen van het onwerp, waarvan de belangrijkste de toevoeging is van een aantal speciale magnetische spoelen, die als doel hebben ongewenste instabiliteiten (zogenaamde Edge Localised Modes, of ELMs) in het plasma te onderdrukken. Verder werd het ontwerp van het ITER-gebouw aangepast om het aardbevingsbestendig te maken.

    Budget
    De verwachting is dat de nieuwe planning en het nieuwe ontwerp zullen leiden tot een stijging van de kosten van het project. Daarom besloot de Council om de impact op het budget tijdens de komende maanden te laten onderzoeken door een onafhankelijke groep internationale experts, geleid door fusieexpert Dr. Frank Briscoe (UK). Dr. Briscoe is Operations Director van de Joint European Torus (JET), nu nog het grootste fusie-experiment ter wereld.

    Kazachstan
    In mei 2007 maakte Kazachstan haar belangstelling om volwaardig lid van ITER te worden kenbaar. Tijdens de daaropvolgende exploratieve missie door stafleden van de ITER Organization, waaronder ITER-Directeur Kaname Ikeda, werd de technische en wetenschappelijke competentie van Kazakhstan onderzocht en positief bevonden. Het land heeft een rijke historie op het gebied van nucleair onderzoek, heeft nauwe banden met Rusland, en bezit grote ertsvoorraden van metalen die voor ITER belangrijk zijn, zoals beryllium, tantalum en niobium. Kazachstan heeft daarom vooral interesse in de zogenaamde ‘first wall’ in het plasmavat van ITER, dat uit beryllium wordt gemaakt.

    Tijdens de Councilvergadering werd besloten om de onderhandeling voor formele toetreding van Kazachstan te starten, en alvast vertegenwoordigers toe te laten bij vergaderingen van de ITER Organization.

    Qoute voorzitter ITER Council
    De voorzitter van de ITER Council, Sir Chris Llewellyn Smith, concludeerde: “Alle ITER leden waarderen de indrukwekkende vooruitgang die is geboekt sinds de eerste ITER Council. Veel en hard werk door de ITER Organization en de Domestic Agencies, ondersteunt door de internationale fusiegemeenschap, heeft tot het resultaat geleid dat de Council een nieuw ontwerp kon goedkeuren. Een rigoreus onderzoek van de kosten van het project is de volgende stap die nodig is om het nieuwe ontwerp en planning tot realiteit te maken.”

    Meer informatie:

  • 17 april 2008

  • Eerste Europese aanbesteding voor ITER

    Fusion for Energy (F4E), de organisatie die de Europese bijdrage aan ITER coördineert, heeft deze week haar allereerste aanbesteding ("procurement") geopend. ITER, het grootste wetenschappelijke samenwerkingsproject ter wereld, biedt grote kansen aan Europese bedrijven. Deze eerste oproep aan bedrijven betreft de levering van verchroomde koperen kabels die een onderdeel vormen van de supergeleidende magneten in ITER. Deze magneten hebben de belangrijke functie om de fusiebrandstof bij 150 miljoen graden Celsius op te sluiten en weg te houden van de wand.

    Doel van ITER is het aantonen van de technologische haalbaarheid van energiewinning uit kernfusie. Fusie is een schone, veilige en vrijwel onuitputtelijke energiebron. In het project werken de EU, Rusland, Japan, China, India, Zuid-Korea en de Verenigde Staten samen. Gezamenlijk vertegenwoordigen zij meer dan de helft van de wereldbevolking.

    "Deze eerste aanbesteding markeert het begin van een nauwe samenwerking tussen de Europese industrie en onderzoeksorganisaties voor het leveren van componenten voor ITER en het succesvol uitvoeren van het project", aldus de directeur van Fusion for Energy, Didier Gambier.

    Fusion for Energy, dat kantoor houdt in Barcelona, is de organisatie die verantwoordelijk is voor de Europese bijdragen aan ITER. Deze bijdragen bestaan voor een groot deel uit onderdelen die geleverd worden door de industrie. Dit schept economische groei en banen, en opent een breed scala aan mogelijkheden voor bedrijven en onderzoeksinstellingen in Europa. Fusie-onderzoek heeft niet alleen vooruitgang in fusietechnologie opgeleverd, maar heeft door directe en indirecte spin-off ook bijgedragen geleverd aan o.a. de medische industrie (MRI technologie) en robotica (onderhoud op afstand).

    Om de Nederlandse industrie goed te positioneren voor dit soort aanbestedingen is ITER-NL opgericht, een samenwerkingsverband tussen TNO, FOM, NRG en de Nederlandse industrie. ITER-NL informeert en begeleidt bedrijven bij deelname aan tenderacties voor onderdelen van ITER, en faciliteert kennisoverdracht van onderzoeksinstituten naar Nederlandse bedrijven.

    Meer informatie:

  • 10 maart 2008

  • Fusiepionier John D. Lawson overleden

    Op 15 januari is fusiepionier John D. Lawson op 84 jarige leeftijd overleden. Lawson schreef in 1955 een wetenschappelijk artikel waarin hij de voorwaarden berekende waaraan een fusie plasma moet voldoen om netto energie op te leveren. Omdat veel fusie-onderzoek toen nog geheim was, is het artikel pas in 1957 gepubliceerd. In het artikel wordt aangetoond dat de fusiebrandstof niet alleen op een temperatuur van meer dan 55 miljoen graden moet worden gehouden (het is dan een plasma, een gas van geladen deeltjes), maar ook dat het product van de dichtheid en de opsluitingstijd boven een bepaalde waarde moet liggen. Dit "Lawson Criterium" is sindsdien de leidraad voor het onderzoek naar kernfusie als schone, veilige en onuiputtelijke energiebron geweest. Hoewel nog geen enkel experiment aan de eisen van Lawson voldaan heeft, wordt het criterium steeds dichter benaderd.

    Als ingenieur beweerde hij zelf altijd net anders tegen dingen aan te kijken dan "echte" fysici. "I think in a slightly different way", zoals hij zelf zei. Ondanks zijn grote invloed op het fusie-onderzoek, heeft hij het grootste deel van zijn carriëre aan geladen deeltjesbundels gewerkt, en heeft o.m. een klassiek geworden leerboek over dit onderwerp gepubliceerd.

    In 1983 is hij tot "Fellow of the Royal Society" benoemd, "voor zijn bijdragen aan het onderzoeksgebied van het toegepaste electromagnetisme, in het bijzonder de fysica van geladen deeltjesbundels en de hoge temperatuur plasmafysica". In 1987 ging hij met pensioen.

    Meer informatie:

  • 3 maart 2008

  • Leerlingen uit hele wereld bijeen in New York voor debat energie

    Meer dan zevenhonderd middelbare-school leerlingen uit de hele wereld komen op 6 en 7 maart in New York bij elkaar voor de jaarlijkse UNIS-UN leerlingconferentie. De conferentie, die dit jaar het thema “energie, een bron van conflict” heeft, vindt plaats in de General Assembly zaal in het hoofdkwartier van de Verenigde Naties. Prof. Niek Lopes Cardozo, hoofd kernfusieonderzoek aan het FOM-Instituut voor Plasmafysica Rijnhuizen, is de openingsspreker van de conferentie. Hij zal een versie van de Fusion Road Show brengen — een interactieve voorstelling over energie en fusie die jaarlijks zo’n 2000 Nederlandse scholieren bereikt — en daarna in debat gaan met de scholieren.

    De UNIS-UN conferentie wordt sinds 1976 georganiseerd door leerlingen van de United Nations International School, en vindt jaarlijks plaats in de General Assembly zaal van Verenigde Naties, één van de meest belangrijke plaatsen voor internationale samenwerking. Onder de eerdere sprekers waren UN Secretary Generals Kofi Annan en Ban Ki-Moon, zanger Hary Belafonte, acteur Danny Glover en actrice/activiste Vanessa Redgrave. Leerlingen van UNIS scholen wereldwijd, plus 300 leerlingen van andere scholen komen voor twee dagen samen om een actueel onderwerp te bespreken. Tot de voorgaande onderwerpen behoorden klimaatverandering, de rol van internationale samenwerking, en gezondheid.

    Het programma bestaat uit een aantal lezingen door gastsprekers, en debatten tussen de leerlingen onderling. Het thema voor dit jaar “The Persuit of Energy, a catalyst for conflict”, zal worden uitgewerkt in de thema’s energieafhankelijkheid, duurzaamheid van energievoorziening, alternatieve energiebronnen, en de impact van energieproblemen op politiek, milieu, en sociaal niveau. Het programma wordt uitgezonden via internet middels een webcast.

    De Fusion Road Show is het geesteskind van prof. Niek Lopes Cardozo, hoofd kernfusieonderzoek aan het FOM-Instituut voor Plasmafysica Rijnhuizen en hoogleraar aan de Technische Universiteit Eindhoven. Hij besloot om van zijn eigen acteursachtergrond gebruik te maken (hij stond ooit op het toneel en deed straatoptredens) om met het publiek in debat te gaan over het energieprobleem, wetenschap, en kernfusie.

    "[Door deze] combinatie van educatie en entertainment … worden jonge mensen gestimuleerd na te denken over de toekomst en over de rol die zij zouden kunnen spelen in het vormgeven daarvan.", zei Jeroen van der Veer van de Koninklijke/Shell groep toen hij de Shell prijs 2003 voor Duurzame Ontwikkeling en Energie aan Lopes Cardozo overhandigde.

    Sinds de première in 1999 is de show, die de activiteit volgt, meer dan tweehonderd keer opgevoerd in binnen- en buitenland. Tot het publiek behoren middelbare scholen, algemeen publiek, natuurkundestudenten, politici, wetenschappers en energiespecialisten.

    Meer informatie:

  • 19 februari 2008

  • Minister van der Hoeven brengt bezoek aan kernfusie-experiment ITER

    Op dinsdag 19 februari heeft Minister van Economische Zaken, Maria van der Hoeven, een werkbezoek gebracht aan het kernfusie-experiment ITER in Zuid-Frankrijk waar ook Nederland een belangrijke bijdrage aan levert. Doel van dit bezoek was de versterking van de industriële samenwerking tussen Nederland en Frankrijk in technologisch geavanceerde projecten. Het bezoek vormt een onderdeel van de economische missie van de minister op 18 en 19 februari. Vertegenwoordigers van 15 Nederlandse bedrijven die Franse partners zoeken om aan ITER deel te nemen, vergezelden de minister op haar bezoek.

    Minister van der Hoeven sprak met vertegenwoordigers van de International ITER Organization, het Franse bedrijfsleven, de Franse kamer van koophandel, en de lokale politiek. Daarnaast heeft de minister gesproken met de directeur van Fusion for Energy, de in Barcelona gevestigde Europese organisatie die verantwoordelijk is voor het aanleveren van het Europese deel van ITER, waarmee bijna 2.5 miljard Euro is gemoeid. Verder bracht de minister een bezoek aan de bouwlocatie van ITER en het Franse fusie-experiment Tore Supra.

    Voor de aanwezige bedrijven was een totaal van 80 matchmaking gesprekken met franse bedrijven gearrangeerd, om kennis te maken en eventuele mogelijkheden voor samenwerking te verkennen.

    vanderhoevenkl

    Minister van der Hoeven en de Directeur-Generaal van de ITER Organization, Kaname Ikeda.
    Foto: Michiel de Jong, Economische zaken.

    Reactie minister

    In de speech die minister van der Hoeven uitsprak tijdens de zakenlunch in het nabij het ITER terrein gelegen Château de Cadarache, benadrukte ze het commitment van het Nederlandse bedrijfsleven en de overheid om een belangrijk input te leveren aan het ITER project.

    "Ik ben trots dat Nederland een rol heeft gespeeld in de internationale inspanningen om fusie-energie te realiseren, een inspanning die in Nederland reeds 50 jaar geleden begon. Als toenmalig minister van OCW kon ik tijdens het Nederlands voorzitterschap van de Europese Unie een bescheiden bijdrage leveren door mijn collega's ervan te overtuigen dat de EU een leidende rol in ITER zou moeten nemen."

    "Mijn bijdrage aan ITER was gebaseerd op de overtuiging dat fusie-energie een veelbelovende technologie is in onze zoektocht naar een duurzame energievoorziening. Onlangs hebben we daarom het fusiebudget in Nederland verhoogt, waarbij de focus ligt op activiteiten gericht op ITER. Daarmee beogen we de realisatie van ITER dichterbij te brengen, en zodoende bij te dragen aan het doel van fusie-energie als commerciële bron van energie in de toekomst."

    "In Nederland hebben we een scala aan gespecialiseerde high-tech bedrijven die gekwalificeerd zijn en graag aan ITER willen bijdragen. Het Nederlandse Ministerie van Economische Zaken en het ITER-NL consortium (TNO, FOM en NRG) werken samen met deze bedrijven om de interesse voor fusie te stimuleren, en om ze te helpen om zich op een gunstige manier voor ITER te positioneren."

    Reactie Directeuren ITER en Fusion for Energy

    Directeur-Generaal van ITER, Kaname Ikeda, gaf een overzicht van de huidige status van het ITER project. "ITER is een uniek experiment waarin meer dan de helft van de wereldbevolking is vertegenwoordigd.", zei hij. "De internationale ITER organisatie bestaat sinds eind vorig jaar, en op dit moment zijn er al meer dan 300 mensen uit Europa, China, India, Korea, Rusland, Japan en de VS werkzaam in Cadarache. Op het hoogtepunt van de bouw zullen wereldwijd 4000 mensen aan ITER werken." Ook bedankte Mr. Ikeda minister Maria van der Hoeven voor haar steun tijdens de ITER onderhandelingen.

    De Directeur van Fusion for Energy, Didier Gambier, benadrukte het feit dat Europa bijna de helft van ITER gaat bouwen, en dat daarvoor het bedrijfsleven zo goed mogelijk ingeschakeld moet worden, inclusief kleine bedrijven die vaak over unieke expertise beschikken. "Onze rol is het mobiliseren van de Europese fusielaboratoria en industrie, om ITER op zo kort mogelijke termijn te realiseren, en om de leidende positie die Europa in het fusieonderzoek inneemt, te behouden."

    ITER-NL consortium

    Om een krachtige Nederlandse inbreng in het ITER project te realiseren, is vorig jaar het ITER-NL consortium opgericht. Het doel van het ITER-NL consortium is om de Nederlandse industrie een goede entree tot dit hightech project te geven en om Nederlandse onderzoekers vooraan te laten staan bij de wetenschappelijke exploitatie van ITER in de bedrijfsfase. Initiatiefnemers van ITER-NL zijn TNO en de instituten waar fusie-onderzoek wordt uitgevoerd: Stichting voor Fundamenteel Onderzoek der Materie (FOM, Utrecht, met haar FOM-Instituut voor Plasmafysica Rijnhuizen in Nieuwegein) en de Nuclear Research and consultancy Group (NRG, Petten). Het ITER-NL consortium brengt de Nederlandse expertise bijeen die nodig is om systemen voor ITER te bouwen.

    Het ITER project

    ITER, dat in het Zuid-Franse Cadarache wordt gebouwd, heeft als doel de wetenschappelijke en technische haalbaarheid aan te tonen van kernfusie als energiebron. De constructiekosten van het project bedragen 5 miljard Euro, waarvan ruwweg de helft door Europa wordt bijgedragen. ITER zal worden gerealiseerd door een internationale wetenschappelijke samenwerking van de Europese Unie, de VS, Japan, de Russische Federatie, China, India en Zuid-Korea. Door deze ongekend brede samenwerking heeft het project een grote politieke uitstraling. ITER is één van de meest complexe en innovatieve projecten van dit moment, met een uitgesproken hightech karakter.

    Meer informatie:

  • 21 januari 2008

  • Amerikaans Congres zet ITER-budget 2008 op nul

    In het budget voor 2008 van de Verenigde Staten, vlak voor het eind van 2007 goedgekeurd door het Congres en ondertekend door de president, is geen geld gereserveerd voor de Amerikaanse bijdrage aan ITER. Daarbij heeft het Congres laten weten dat geen geld uit andere bronnen mag worden overgeheveld om ITER projecten te financieren. Amerikaanse fusie-onderzoekers hebben in een brief protest aangetekend tegen deze harde en onverwachte klap. "Als de VS niet aan hun internationale verplichtingen tegenover ITER voldoen toont ze zich een onbetrouwbare partner. Niet alleen binnen ITER, maar tegenover de hele wetenschappelijke wereld.", zeggen ze in hun brief.

    Overigens houdt de budgetstop niet in dat de VS het project verlaten. "We zullen een achterstand gaan oplopen, maar we zullen ons niet terugtrekken uit het ITER project", aldus Raymond Orbach, ondersecretaris voor wetenschap van het Ministerie van Energie. ITER is zo georganiseerd dat de zeven partners (naast de VS doen de EU, Japan, Rusland, China, India, en Zuid-Korea mee) elk onderdelen moeten leveren voor de machine. Zolang de VS hun deel nog op tijd kunnen leveren verzaken ze hun contractuele verplichtingen niet.

    Volgens Kaname Ikeda, direkteur-generaal van ITER, loopt het project als geheel geen gevaar. "Deze reductie in financiering is een belangrijke kwestie voor ons maar het brengt het succes van ITER niet in gevaar. Door het herorganiseren van onze aktiviteiten zullen we de onvermijdelijke vertraging tot een minimum weten te beperken.", schrijft hij in een reactie.

    Meer informatie:

    Nieuws uit de fusiewereld in 2007

    Colofon | Disclaimer | Contact