|
Eerder
nieuws uit de Fusiewereld
2007
29
november 2007
Kernfusieproject ITER doet eerste bestelling: 75 miljoen euro
aan supergeleidende magneten
Op woensdag 28 november is in het Zuid-Franse Cadarache een
leveringsovereenkomst gesloten tussen de ITER organisatie
en Japan voor de levering van 100 ton supergeleidende kabel,
met een geschatte waarde van zo’n 75 miljoen euro. De
overeenkomst werd getekend door de directeur-generaal van
de ITER Organisatie, Kaname Ikeda, en de directeur voor internationale
zaken van de Japanse Atomic Energy Agency (JAEA), Toshi Nogaoka.
“Deze eerste leveringsovereenkomst is een duidelijk
signaal dat de ITER procurements zijn begonnen, en wel op
een grote schaal”, zei Ikeda.
Uniek in omvang
De kabel, die bestaat uit het supergeleidende materiaal niobium3-tin,
zal worden gebruikt in de enorme supergeleidende spoelen die
in het kernfusie-experiment ITER het hete fusieplasma bij
elkaar houden. Het gaat om de toroïdale-veld (TF) spoelen,
die elk 14 meter hoog en 9 meter breed zijn. In totaal is
400 ton supergeleidend materiaal nodig, die aangeleverd zal
worden door zes van de zeven ITER partners. “De hoeveelheid
te produceren materiaal (100 ton) is uniek in omvang, en is
de eerste stap op weg naar het fabriceren van de ITER magneten”,
aldus Neil Mitchell, verantwoordelijk voor het ITER magneetsysteem.
De ITER TF spoelen zijn ontworpen om een zeer sterk magnetisch
veld te produceren. Elke supergeleidende kabel is weer opgebouwd
uit zo’n 10.000 superdunne kabeltjes, met een afmeting
van enkele micrometers. De productie van de kabels is zeer
complex en maakt gebruik van hoogwaardige technologie.
Belangrijke rol Universiteit Twente
De Universiteit Twente is zeer nauw betrokken bij de totstandkoming
van het ontwerp van de complexe supergeleiders voor de TF
spoelen. Unieke testopstellingen zijn ontwikkeld om de geleiders
te kunnen testen onder de extreme mechanische belastingen
en zeer lage temperaturen (-269 graden Celcius). Twente is
inmiddels gekwalificeerd als testlaboratorium voor de ITER
supergeleiders. “De supergeleiders uit niet alleen de
Japanse productie maar ook die van de andere leverende ITER
Partijen zullen de komende jaren uitvoerig worden getest en
gekwalificeerd in Twente, vóórdat er spoelen
van gewikkeld mogen worden “ aldus A. Nijhuis, projectleider
in Twente en lid van het internationale team dat de geleiderproductie
de komende jaren gaat begeleiden.

De supergeleidende kabels voor toepassing in ITER: voorzien
van een stalen mantel (links) en uiteengerafeld in honderden
afzonderlijke draden (rechts) (bron: Universiteit Twente)
ITER-NL consortium
Om een krachtige Nederlandse inbreng in het ITER project te
realiseren, is op 14 november de ITER-NL consortiumovereenkomst
ondertekend tussen Nederlandse industrie en kennisinstellingen.
Initiatiefnemers van ITER-NL zijn TNO en de instituten waar
fusie-onderzoek wordt uitgevoerd: Stichting voor Fundamenteel
Onderzoek der Materie (FOM, Utrecht, met haar FOM-Instituut
voor Plasmafysica Rijnhuizen in Nieuwegein) en de Nuclear
Research and consultancy Group (NRG, Petten). Het ITER-NL
consortium brengt de Nederlandse expertise bijeen die nodig
is om systemen voor ITER te bouwen. Het doel van het ITER-NL
consortium is om de Nederlandse industrie een goede entree
tot dit hightech project te geven en om Nederlandse onderzoekers
vooraan te laten staan bij de wetenschappelijke exploitatie
van ITER in de bedrijfsfase.
ITER, dat in het Zuid-Franse Cadarache wordt gebouwd, heeft
als doel de wetenschappelijke en technische haalbaarheid aan
te tonen van kernfusie als energiebron. De constructiekosten
van het project bedragen 5 miljard Euro, waarvan ruwweg de
helft door Europa wordt bijgedragen. ITER zal worden gerealiseerd
door een internationale wetenschappelijke samenwerking van
de Europese Unie, de VS, Japan, de Russische Federatie, China,
India en Zuid-Korea. Door deze ongekend brede samenwerking
heeft het project een grote politieke uitstraling. ITER is
één van de meest complexe en innovatieve projecten
van dit moment, met een uitgesproken hightech karakter.
Meer
informatie:
19
november 2007
ITER-NL consortium laat Nederland warmlopen voor ITER
In de Koninklijke schouwburg in Den Haag is woensdag
14 november de ITER-NL consortiumovereenkomst ondertekend
tussen Nederlandse industrie en kennisinstellingen. ITER-NL
gaat zich sterk maken voor een krachtige Nederlandse inbreng
in het internationale kernfusieproject ITER dat in Zuid-Frankrijk
wordt gebouwd. Initiatiefnemers van ITER-NL zijn TNO en de
instituten waar fusie-onderzoek wordt uitgevoerd: Nuclear
Research and consultancy Group (NRG, Petten) en de Stichting
voor Fundamenteel Onderzoek der Materie (FOM, met haar FOM-Instituut
voor Plasmafysica Rijnhuizen in Nieuwegein).
ITER heeft als doel de wetenschappelijke en technische haalbaarheid
aan te tonen van kernfusie als energiebron. De constructiekosten
van het project bedragen 5 miljard Euro, waarvan ruwweg de
helft door Europa wordt bijgedragen. ITER zal worden gerealiseerd
door een internationale wetenschappelijke samenwerking van
de Europese Unie, de VS, Japan, de Russische Federatie, China,
India en Zuid-Korea. Door deze ongekend brede samenwerking
heeft het project een grote politieke uitstraling. ITER is
één van de meest complexe en innovatieve projecten
van dit moment, met een uitgesproken hightech karakter.
Het ITER-NL consortium brengt
de Nederlandse expertise bijeen die nodig is om systemen voor
ITER te bouwen. Het doel van het ITER-NL consortium is om
de Nederlandse industrie een goede entree tot dit hightech
project te geven en om Nederlandse onderzoekers vooraan te
laten staan bij de wetenschappelijke exploitatie van ITER
in de bedrijfsfase. De activiteiten van ITER-NL, die al in
januari 2006 van start zijn gegaan, worden ondersteund met
18 miljoen euro uit het Fonds Economische Structuurversterking,
dat wordt gevoed uit de aardgasbaten.
Activiteiten
De activiteiten van ITER-NL zijn er op gericht om geschikte
Nederlandse industrieën te assisteren bij de voor ITER
verplichte kwalificatieprocedure, en bij het ontwikkelen van
het benodigde niveau op het gebied van kwaliteitscontrole
en projectmanagement. De overdracht van specifieke kernfusie-technologische
knowhow die binnen kennisinstellingen beschikbaar is naar
het bedrijfsleven speelt hierbij een belangrijke rol.
Daarnaast zal het consortium zich positioneren en kwalificeren
voor een breed scala van orders van ITER, van vacuümtechnologie
tot 'remote handling' en geavanceerde computercontrolesystemen.
Op vrijwel alle gebieden wordt met Europese partners samengewerkt:
de Europese bijdrage aan ITER is een voorbeeld van zeer succesvolle
Europese samenwerking.
Speerpunten
Speerpunten van het project zijn twee geavanceerde wetenschappelijke
instrumenten, waaraan Nederland een belangrijke bijdrage kan
leveren door wetenschappelijke expertise en specifieke knowhow
in de industrie te combineren. Dit betreft de Upper Port Launcher
en de Upper Port Viewer.
De Upper Port Launcher is een systeem om nauwkeurig gerichte
bundels van hoogvermogen radiogolven in de reactor te zenden.
Het bestaat uit een set antennes waarmee microgolven met in
totaal 20 megawatt vermogen in het hete plasma in ITER kunnen
worden gestraald. Deze microgolven verhitten het plasma analoog
aan de werking van een magnetronoven. Door deze verhitting
zeer precies - in tijd en plaats - toe te passen, is het mogelijk
om de werking van de reactor te optimaliseren.
De Upper Port Viewer is een optisch meetsysteem waarmee zichtbaar
licht dat uit het plasma komt wordt opgevangen en geanalyseerd.
Daarmee kan onder andere de temperatuur van het hete plasma
in ITER gemeten worden, en de snelheid waarmee het beweegt.
Dit meetinstrument zal centraal staan in de wetenschappelijke
exploitatie van ITER.
Twee voorbeelden van bedrijven die mogelijk een belangrijke
rol in ITER kunnen spelen zijn DeMaCo (Noord-Scharwoude),
en Exploform (Lelystad). DeMaCo is expert op het gebied van
vacuümtechnologie en cryogene systemen, en is betrokken
bij de bouw van een proefmodel van een vacuümpomp voor
ITER. Exploform is expert op het gebied van het gecontroleerd
vervormen van metalen met behulp van explosieven, waardoor
complexe vormen kunnen worden gemaakt.
Meer
informatie:
24
oktober 2007
ITER
Organisatie officieel opgericht
Vanaf vandaag, woensdag 24 oktober 2007, is de formele Internationale
Organisatie ITER een feit. De ITER Organisatie is gevestigd
in het Zuid-Franse Cadarache.
Op 21 november 2006 hebben de vertegenwoordigers van de
Volksrepubliek China, EURATOM, de Republiek India, Japan,
de Republiek Korea, de Russische Federatie en de Verenigde
Staten van Amerika het ITER verdrag ondertekend. Sindsdien
is het verdrag geratificeerd door de regeringen van alle zeven
partners, en vandaag treedt het officieel in werking.
Het doel van de ITER Organisatie is om de technische en
wetenschappelijke haalbaarheid van energie uit kernfusie aan
te tonen. ITER wordt het eerste fusie-experiment dat op grote
schaal netto energie zal produceren. ITER zal daarnaast een
aantal belangrijke technologieen testen die nodig zijn om
fusie als toekomstige schone, veilige en onuitputtelijke energiebron
te ontwikkelen. Ook het ontwikkelen van productiemethoden
voor de hoogwaardige en soms buitengewoon grote onderdelen
van toekomstige fusie-reactoren is een belangrijke doelstelling
van ITER.
"Vandaag is een historische mijlpaal in de geschiedenis
van onze organisatie", sprak Kaname Ikeda, de voorgedragen
Directeur-Generaal van ITER op de plechtigheid. "Met ITER
wordt een nieuwe internationale organisatie gecreëerd. Met
de oprichting van ITER laten de staten van de wereld zien
dat ze de noodzaak van nieuwe energiebronnen begrijpen. Deze
staten tonen hiermee verantwoordelijkheid en visie. Daarnaast
hebben de ITER partners een geheel nieuw model voor internationale
samenwerking opgezet, en het is onze uitdaging om aan te tonen
dat uitmuntende talenten van verschillende nationaliteiten
samen kunnen werken in een dynamisch team."
Meer
informatie:
26
september 2007
China
ratificeert ITER verdrag
International
Organisation treedt over 30 dagen in werking
Maandag 24 september heeft China in een brief aan de International
Atomic Energy Agency (IAEA) het verdrag voor de bouw van de
internationale fusiereactor ITER geratificeerd. Alle zeven
de ITER partners (naast China doen de EU, de Verenigde Staten,
Rusland, Japan, India en Zuid-Korea mee aan het project) hebben
hiermee het verdrag, dat op 21 november 2006 werd ondertekend,
geratificeerd. Volgens afspraak zal het verdrag 30 dagen na
de laatste ratificatie formeel in werking treden, waarmee
ITER als Internationale Organisatie ontstaat.
De voorzitter van de IAEA, Mohamed ElBaradei, ontving de
door de Chinese president Hu Jintao ondertekende brief van
de Chinese vertegenwoordiger bij de Verenigde Naties, Tang
Guoqiang. ElBaradei prees de actieve rol die China speelt
in het onderzoek naar fusietechnologie, en noemde de toetreding
van het land tot de Internationale Fusie Energie Organisatie
van groot belang voor het project.
Doel van het ITER project is om aan te tonen dat kernfusie
als schone, veilige en vrijwel onuitputtelijke energiebron
technologisch haalbaar is. Daartoe moet de machine, die over
tien jaar voltooid is en 4,7 miljard euro kost, 500 Megawatt
aan fusievermogen op wekken, terwijl slechts 50 Megawatt nodig
is om de brandstof op te sluiten en te verhitten. De eerste
werkzaamheden op de bouwlokatie in het Zuid-Franse Cadarache
zijn reeds begin dit jaar aangevangen.
Meer
informatie:
27
juli 2007
'Fusion
for Energy' benoemt professor Niek Lopes Cardozo tot vicevoorzitter
De Raad van Bestuur van de European Joint Undertaking for
ITER and the Development of Fusion Energy, kortweg 'Fusion
for Energy', heeft onlangs professor Niek Lopes Cardozo van
het FOM-Instituut voor Plasmafysica Rijnhuizen tot vicevoorzitter
benoemd. De benoeming was er één in een reeks, waarbij Dr.
Didier Gambier benoemd werd tot de eerste directeur van de
organisatie, professor Carlos Varandas tot voorzitter en Dr.
Karl Tichmann tot voorzitter van het uitvoerend bestuur.
'Fusion
for Energy'
Met een budget van circa 4 miljard Euro voor de komende 10
jaar zal 'Fusion for Energy' een cruciale rol gaan vervullen
in de realisatie van fusie als mogelijke toekomstige onbeperkte
bron van energie.
'Fusion
for Energy' heeft drie hoofddoelen:
-
Het leveren van de Europese bijdragen aan ITER, het internationale
fusie-energie onderzoekproject dat in aanbouw is in Cadarache,
Frankrijk
-
Het leveren van de Europese bijdragen aan een aantal gezamenlijke
projecten met Japan, die erop gericht zijn om de ontwikkeling
van fusie te versnellen, de 'Broader Approach'
-
Het coördineren van een scala aan activiteiten ter voorbereiding
op de eerste fusie-demonstratiereactoren voor het opwekken
van elektriciteit (DEMO)
Meer
informatie:
29
juni 2007
Europese
bijdrage fusie-energieproject ITER van start in Barcelona
Donderdag
28 juni is "Fusion for Energy", de organisatie die de Europese
bijdragen aan het ITER project beheert, officiëel van start
gegaan met de inauguratie van het kantoor in Barcelona. Hierbij
was onder meer de Europese Commissaris voor Onderzoek en Wetenschap,
Janez Potocnik aanwezig.
ITER
is het grootste wetenschappelijke project in de wereld, en
moet aantonen dat energieproductie uit fusie mogelijk is.
Doel is om 500 MW vermogen uit fusiereacties te produceren
met een input vermogen van slechts 50 MW. Daarmee komt een
veilige, schone en vrijwel onuitputtelijke bron van energie
dichterbij commerciële toepassing. ITER is een gezamenlijk
project van de EU, China, Japan, De Verenigde Staten, de Russische
federatie, Zuid-Korea en India, en wordt gebouwd in het Zuid-Franse
Cadarache.
De
bijdragen van de 7 ITER partners bestaan voor het grootste
deel uit onderdelen voor het experiment. De nu opgerichte
"European joint undertaking for ITER and the development of
fusion energy", kortweg "Fusion for Energy", zal de bijdragen
vanuit de EU leveren. Naast de bijdragen voor ITER zal ze
zich ook richten op de stap ná ITER, een demonstratiereactor
op fusie-energie die elektriciteit aan het net moet gaan leveren.
"Fusion
for Energy maakt het voor de EU mogelijk om op een snelle, goed
georganiseerde en effectieve manier bij te dragen aan ITER",
sprak Europees Commissaris Poto?nik tijdens de bijeenkomst.
"Door de kennis en ervaring bijeen te brengen die nodig is voor
het bouwen van een demonstratie fusie-energie centrale kan Fusion
for Energy uitgroeien tot een 'centre of excellence' dat Europa
en haar partners de mogelijkheid geeft om fusie-energie in de
toekomst ten volle te benutten. Deze gebeurtenis is meer dan
het openen van een kantoor; het toont onze diepgaande betrokkenheid
bij ITER en de bredere aanpak van fusie."
Nederlandse
wetenschappers, industrie en het MKB hebben recent 15 miljoen
euro van de regering ontvangen om de Nederlandse deelname
aan ITER gezicht te geven. TNO, NRG, stichting FOM en het
bedrijfsleven hebben daarvoor het ITER-NL consortium opgericht.
4
april 2007
Onderzoekers
bootsen plasmacondities ITER na
Onderzoekers van het FOM-Instituut voor Plasmafysica Rijnhuizen
in Nieuwegein zijn er in geslaagd om de plasmacondities die
zij verwachten in toekomstige fusiereactoren zoals ITER na
te bootsen in het laboratoriumexperiment Pilot-PSI. Dit is
een belangrijke doorbraak in het onderzoek naar de wisselwerking
tussen waterstofplasma en reactorwanden. Zij publiceren hun
resultaten binnenkort in het tijdschrift Applied Physics Letters.
De wanden van fusiereactor ITER zullen aan een ongekend intense
stroom waterstofplasma blootstaan. Het waterstofplasma erodeert
de wand en zorgt voor stapeling van brandstof in het wandmateriaal.
Dit dreigt een langdurige bedrijfsvoering van de reactor in
de weg te staan. Veel van de fysische en chemische processen
die de wisselwerking tussen waterstofplasma en wanden bepalen
zijn nog onbegrepen. De ongekend hoge intensiteit van het
plasma veroorzaakt een zogenaamd 'sterk gekoppelde regime':
door de wisselwerking tussen plasma en wand ontstaan deeltjes
die in het plasma worden opgenomen. De reactorwand staat ook
hieraan bloot. Dit 'sterk gekoppelde' regime zal ook de interactie
tussen plasma en wand in ITER bepalen.
Binnen het PSI-laboratorium van het FOM-Instituut Rijnhuizen
in Nieuwegein verrichten onderzoekers uniek onderzoek om toegang
te krijgen tot dit terra incognita. De zogenaamde boogontlading,
een elektrische stroom door een gasmengsel, zorgt voor het
ontstaan van het plasma. Door dit proces in een sterk magneetveld
te laten plaatsvinden, konden de onderzoekers een plasma maken
met een record dichtheid. Dit plasma geeft een belasting van
de wand van tien megawatt per vierkante meter. In de toekomstige
fusiereactor ITER verwacht men ook dergelijke condities. Ter
vergelijk: aan het oppervlak van de zon is de vermogensdichtheid
slechts vijf maal hoger.
Onverwacht hoog
De onderzoekers behaalden de onverwacht hoge efficiëntie van
de plasmabron en hoge temperatuur van het plasma door slim
combineren van het magneetveld en een geoptimaliseerde uitstroomopening.
Doordat de plasmastroom het magneetveld buiten de uitstroomopening
kruist, ontstaat extra verhitting, zo verklaren de onderzoekers
hun resultaat. De resultaten zijn van groot belang voor het
onderzoek naar de wisselwerking tussen waterstofplasma en
reactorwanden. Met deze plasmabron kunnen de onderzoekers
nu verschillende materialen testen onder de condities die
straks ook ITER voorkomen.
27
maart 2007
EU
bundelt bijdragen aan fusie-energieproject ITER
Nederlands
consortium ITER-NL coördineert Nederlandse inspanning
De
Raad van ministers van de EU heeft dinsdag 27 maart besloten
tot de oprichting van "Fusion for Energy". Deze
organisatie zal de Europese bijdragen aan het ITER project
beheren. Dit wetenschappelijke project moet 500 MW vermogen
uit fusiereacties produceren met een input vermogen van slechts
50 MW. ITER is een gezamenlijk project van de EU, China, Japan,
De Verenigde Staten, de Russische federatie, Zuid-Korea en
India, en wordt gebouwd in het Zuid-Franse Cadarache. De Nederlandse
wetenschap en industrie zetten zich gezamenlijk in voor een
eersterangs positie in dit high-tech project.
De
bijdragen van de 7 ITER partners bestaan uit onderdelen voor
het experiment. De nu op te richten “European joint
undertaking for ITER and the development of fusion energy”,
kortweg “Fusion for Energy”, zal de bijdragen
vanuit de EU leveren.
Nederlandse
wetenschappers, industrie en het MKB hebben recent 15 miljoen
euro van de regering ontvangen om de Nederlandse deelname
aan ITER gezicht te geven. TNO, NRG, stichting FOM en het
bedrijfsleven zijn bezig daarvoor het ITER-NL consortium op
te richten.
"Fusion
for Energy" zal zetelen in Barcelona, en heeft een looptijd
van 35 jaar. Naast de bijdragen voor ITER zal ze zich ook
richten op de stap ná ITER, een demonstratiereactor
op fusie-energie die elektriciteit aan het net moet gaan leveren.
15
maart 2007
NODE
lanceert website voor duurzaam onderzoek in Nederland
Vandaag, donderdag 15 maart, is de website
van het NODE-platform officiëel van start gegaan. Dit
platform, waarvoor het initiatief is genomen binnen de TU
Delft, wil een overzicht bieden van het Nederlands onderzoek
naar duurzame energievoorziening. Daarnaast wil het platform
dit onderzoek beter toegankelijk maken voor derden en de onderlinge
samenwerking versterken.
Bijna twee jaar geleden concludeerden prof. Tim van der Hagen
(Radiation, Radionuclides & Reactors van de faculteit
TNW) en Chris Hellinga (programmamanager NODE) dat het ontbrak
aan een optimale samenwerking en afstemming van het onderzoek
in Nederland naar duurzame energie. Hellinga: “Dat vonden
wij geen goede zaak. Door de verschillende onderzoekskrachten
te bundelen kun je sneller de diverse opties voor duurzame
energie realiseren.”
Van der Hagen en Hellinga hebben vervolgens diverse partijen
in het land benaderd met de vraag of zij geïnteresseerd
zijn in een platform om de wetenschappelijke stem in het debat
te versterken. “Dat bleek inderdaad het geval. In augustus
2005 zijn we begonnen om NODE – het Nederlands Onderzoeksplatform
Duurzame Energievoorziening – vorm te geven. Deelnemers
aan het platform zijn afkomstig van de 3TU’s (Delft,
Eindhoven en Twente), ECN (Energieonderzoek Centrum Nederland),
TNO, FOM-Rijnhuizen (Fundamenteel Onderzoek der Materie -
kernfusie), Universiteit Utrecht, de Vrije Universiteit en
de Wageningen Universiteit. De TU Delft was bereid om dit
platform de eerste twee jaar financieel te ondersteunen en
het NODE-bureau is ook op deze universiteit gevestigd.”
Interactie
NODE richt zich op technologieën voor een volledig duurzaam
energievoorzieningsysteem op de lange termijn, maar zal ook
actief bijdragen aan de discussie over opties die belangrijk
of onmisbaar zijn voor de lange transitieperiode daar naartoe.
De politieke druk wordt groot om de zekerheid van energievoorziening
te koppelen aan een forse reductie van broeikasgasemissies.
Het is van groot belang dat daarbij goede keuzes worden gemaakt
die ons niet voor nieuwe problemen stellen en die voldoende
armslag geven voor de ontwikkeling van betaalbare technologie
voor 90% CO2-reductie aan het eind van deze eeuw.
“Wij zijn daarom ook bezig met het samenstellen van
een Raad van Advies voor het platform met vertegenwoordigers
uit het bedrijfsleven, overheid en maatschappelijke organisaties.
Wij hebben een aantal topspelers uit het bedrijfsleven al
bereid gevonden hierin zitting te nemen. We zoeken naar vertegenwoordigers
op topniveau binnen de overheid, het bedrijfsleven en maatschappelijke
organisaties. Wij denken dat zij in de positie zijn om –
in samenspraak met de wetenschap – nieuwe ontwikkelingen
in te kunnen zetten.”
Naast wetenschappelijke krachtenbundeling wil NODE eveneens
publiek, pers, beleidsmakers en bedrijfsleven informeren over
de status en trends rond onderzoek op het gebied van duurzame
energievoorziening. “Er is veel discussie op allerlei
gebied over duurzaamheid. Regelmatig blijkt dat niet iedereen
op de hoogte is van de feiten en dan hun toevlucht nemen tot
onzinargumenten. Met NODE willen wij het publiek en beleidsmakers
beter informeren.“
Het plan is om evenementen te organiseren die zijn gericht
op een betere afstemming tussen wetenschappers/kennisinstellingen
onderling en het bedrijfsleven en de politiek. Ook wil NODE
graag de kennis over duurzame energie delen met het middelbaar
onderwijs en tot actieve interactie met scholen komen. Binnen
deze informatievoorziening speelt de website een belangrijke
rol. Op 15 maart gaat deze ‘live’. Op de site
staan twaalf energiethema’s. Voor elk thema heeft een
vooraanstaand wetenschapper op dat gebied een bijdrage geleverd.
“Dat is voor ons niet meer dan een begin. Het is niet
onze bedoeling dat het éénrichtingsverkeer wordt.
Wij willen via deze site bereiken dat wetenschappers in discussie
treden met de samenleving en andersom. Wij willen graag dat
er suggesties en kritiek worden gegeven op de teksten, en
die worden serieus behandeld door de redactie. Ook scholieren
en studenten nodigen we uit om de site te bekijken en op de
inhoud te reageren.” Binnenkort wordt er eveneens een
Engelstalige versie gelanceerd. “Nederland heeft veel
aan boord om internationaal een voortrekkersrol te vervullen.
Door de strijd tegen het water krijgen we automatisch de focus.
Door onze kennis van duurzame energie internationaal te etaleren
kunnen we bedreigingen in kansen omzetten en talent van over
de grenzen voor Nederland interesseren.”
6
maart 2007
Universiteit
Twente test supergeleidende kabels voor ITER
De onderzoeksgroep Lage Temperaturen van de Universiteit
Twente heeft een prestigieus contract in de wacht gesleept:
de onderzoekers gaan vanaf deze week de supergeleidende kabels
en draden, bestemd voor de kernfusiereactor ITER die in Frankrijk
in aanbouw is, aan zware tests onderwerpen. Het succes van
kernfusie valt of staat met kabels die minimale verliezen
hebben en die niet slechter gaan presteren na verloop van
tijd. Kwalificatietests in een unieke testopstelling, waarin
de kabels worden blootgesteld aan grote mechanische krachten
bij extreem lage temperaturen, gaan uitsluitsel geven.
Supergeleidende magneten gaan ongeveer een derde deel uitmaken
van de bouwkosten van ITER. De magneten zijn cruciaal om het
plasma waarin de kernfusie wordt opgewekt, in bedwang te houden.
Ze bestaan uit reusachtige spoelen van supergeleidende kabels.
Treden er te veel wissel-stroomverliezen op tijdens het regelen
van de magneten of nemen de prestaties van de kabels na verloop
van tijd af, dan halen ze de vereiste magneetvelden niet.
Het goed functioneren van de reactor staat dan op het spel.
Vanuit de verschillende deelnemende landen aan ITER komen
referentiekabels, die stuk voor stuk door de Twentse onderzoekers
worden getest. Een enkele test neemt ongeveer twee weken in
beslag.
IJskoud persen
De stromen door deze kabels en de opgewekte magneetvelden
hebben extreem hoge waarden: resp. vele tienduizenden ampères
en 13 Tesla. Dat betekent dat er ook enorme krachten op de
kabel worden uitgeoefend. De afzonderlijke draden waaruit
een kabel bestaat, zijn al beschermd door een dikke stalen
mantel, maar dan nóg worden ze door de krachten samengeperst.
Die krachten bootsen de onderzoekers nu in het lab na. De
kabel wordt daarvoor afgekoeld tot 4,2 Kelvin (min 269 graden
Celsius): dat is de normale bedrijfstemperatuur. Een forse
pers klemt de draden samen en vervolgens is te meten welke
invloed de krachten hebben op de verliezen en uiteindelijk
ook op de stroomvoerende eigenschappen van de kabel. Zou de
temperatuur door de verliezen te veel stijgen, dan raken de
draden onmiddellijk hun supergeleidende toestand kwijt -de
elektrische weerstand is niet langer nul- en verdwijnt dus
het magneetveld waardoor ook het plasma uitdooft.
De European Domestic Agency, die verantwoordelijk is voor
de Europese bijdrage aan ITER, kiest voor de Twentse groep
omdat hier in de loop van de jaren een enorme kennis is opgebouwd
over het gedrag van supergeleidende kabels en draden. De groep
heeft hoog aanzien verworven
binnen het wereldwijde onderzoeksveld. Dankzij de opgebouwde
ervaring hebben de onderzoekers belangrijke verbeteringen
kunnen voorstellen voor het ontwerp van de kabels, om degradatie
te voorkomen en de kabels op een bedrijfszekere en economisch
gunstige manier te kunnen gebruiken tijdens de hele levensloop
van de reactor. De eerste kabels volgens het Twentse model
zijn al gemaakt.
De testopstelling is ontwikkeld door onderzoekers van de
onderzoeksgroep Lage Temperaturen van prof.dr. Horst Rogalla.
De sterkstroomgroep die het ITER-project uitvoert maakt deel
uit van het Institute for Mechanics, Processes and Control
Twente (IMPACT) van de UT. Het testproject wordt geleid door
ing. Arend Nijhuis.
29 januari 2007
Voorbereidend
grondwerk ITER-lokatie begonnen
Het voorbereidende grondwerk op de ITER lokatie in het Zuid-Franse
Cadarache is begonnen op 29 januari 2007. In oktober van dit
jaar moet een gebied van 180 hectare klaar gemaakt zijn voor
de bouw van het internationale fusie-experiment ITER. De werkzaamheden
staan onder toezicht van de Agence ITER France.

Bij de voorbereidingen wordt veel aandacht geschonken aan
het minimaliseren van de invloed op de natuurlijke, bosrijke
omgeving van het gebied. Er is een uitgebreide ecologische
inventarisatie gemaakt van de flora en fauna in het gebied,
om de juiste maatregelen ter bescherming hiervan te nemen.
Verder wordt er naar gestreefd zoveel mogelijk van de oorspronkelijke
bomen te laten staan, zodat bijna de helft van het gebied
ITER terrein bebost blijft. Het vellen van de bomen die toch
verwijderd moeten worden zou voor het eind van maart 2007
klaar moeten zijn. Op die manier wordt het nestelen van de
vogels in het gebied zo min mogelijk verstoord.
Eerder nieuws uit de fusiewereld
|