|
Kernfusie in 1 minuut
Kernfusie, het proces waarbij lichte kernen samensmelten tot zwaardere, is de energiebron van de zon en de sterren.
Sinds de wetenschap zich rond 1920 voor het eerst realiseerde wat de oorzaak is van de enorme hoeveelheid energie die de zon
uitstraalt, is het een droom geweest om die energiebron op aarde te leren beheersen. Aan het begin van het
fusieonderzoek voorspelde men dat een werkende fusiereactor binnen 20 jaar realiseerbaar moest zijn, maar
dat bleek te optimistisch. Inmiddels is er veel meer bekend over deze vrijwel onuitputtelijke en schone bron van energie.
|
In een fusie-reactor smelten lichte atoomkernen (isotopen
van waterstof) samen, waarbij veel energie vrij komt. Het
fusie-proces vindt plaats bij de extreem hoge temperatuur
van 150 miljoen graden. Bij zulke hoge temperaturen vormt
materie een plasma, een heet gas van geladen deeltjes.
Een plasma kan worden opgesloten in een ringvormige reactor,
waarin het met magneetvelden wordt vastgehouden. De energie die vrijkomt bij
de fusie-reactie kan worden gebruikt om elektriciteit op te wekken, of om bijvoorbeeld waterstof te maken.
Fusie heeft belangrijke positieve milieu- en veiligheidseigenschappen. Omdat fusie geen kettingreactie is,
kan de reactie niet uit de hand lopen. Het eenvoudig stoppen van de brandstoftoevoer is genoeg om de
reactie snel
te stoppen. De brandstoffen, deuterium en lithium, zijn beide voor iedereen beschikbaar,
en in voldoende mate aanwezig voor miljoenen jaren
energievoorziening. Fusie produceert geen broeikasgassen. Het fusieproces zelf produceert
alleen helium, een onschadelijk gas.
Het
belangrijkste veiligheidsaspect betreft de aanwezigheid van
het radioactieve tritium, dat in de reactor uit lithium wordt
gemaakt. Omdat het tritium in de centrale zelf wordt gemaakt,
is er geen vervoer van radioactieve brandstoffen nodig buiten
de centrale. Omdat steeds maar weinig tritium nodig is, kan
de hoeveelheid die in de centrale aanwezig is zo laag mogelijk
worden gehouden. Het wandmateriaal van plasmavat wordt radioactief,
maar dat vedwijnt grotendeels na zo'n 100 jaar. Er is dus
geen belasting voor toekomstige generaties.
Het doel van het internationale fusieonderzoek is het realiseren
van een prototype fusie-energiecentrale die voldoet aan de
eisen die de maatschappij daaraan stelt: veilig, betrouwbaar,
ruim voorradige brandstof, minimale milieubelasting en economisch
rendabel. In het laatste decennium is er belangrijke wetenschappelijke
en technische vooruitgang geboekt in het fusieonderzoek.
|
|
Een kijkje in de torus van de Joint European Torus bij Oxford, Engeland.
De persoon links op de foto toont de schaal: de torus is ongeveer
vier meter hoog. |
De Joint European Torus (JET) bij Oxford, Groot
Brittannië, is 's werelds grootste fusie-experiment (zie
foto boven). JET kan als enige experiment ter wereld met de
toekomstige fusiebrandstoffen werken, deuterium en tritium.
In 1997 leverde JET 16 megawatt fusievermogen, wat nog steeds
het wereldrecord is. JET is zeer geschikt om materialen te
testen voor de wand van het plasmavat, en om onderzoek naar
verwarming en meet- en regelmethoden te doen onder realistische
fusie-condities.
|
| De International Tokamak Experimental Reactor, ITER. |
De volgende grote stap in het wereldwijde fusie-onderzoek
is ITER ("de weg" in het Latijn).
ITER is het grootste wetenschappelijke project ter wereld, en wordt momenteel gebouwd in Cadarache in Zuid-Frankrijk.
Het doel van ITER is te demonstreren dat fusie-energie technisch
en wetenschappelijk realiseerbaar is. Om dit aan te tonen
moet ITER condities bereiken waarbij 500 Megawatt fusie vermogen
gedurende langere tijd wordt opgewekt. ITER zal tien maal
meer energie opleveren dan er wordt gebruikt. In ITER zullen
ook experimenten worden uitgevoerd met componenten en technologieën
die essentieel zijn voor een toekomstige industriële fusiecentrale.
ITER moet over zo'n 15 jaar in bedrijf komen, de bouwkosten
bedragen zo'n 4.7 miljard Euro. De huidige partners in het
wereldwijde ITER-project zijn de Europese Unie, Japan,
China, de Russische Federatie, de VS, India en Zuid Korea. Europa
heeft een leidende rol in dit project, en zal
ongeveer 50% van de kosten voor haar rekening nemen.
In
Nederland vindt onderzoek naar kernfusie plaats op twee locaties:
bij het FOM-Instituut voor Plasmafysica
Rijnhuizen te Nieuwegein, en bij de Nuclear
Research & Consultancy Group (NRG) te Petten. Het onderzoek
in Nieuwegein richt zich op de interactie van een heet plasma
met de binnenwand van het plasmavat en op de theoretische
beschrijving van het gedrag van plasma's. Zowel bij de tokamak
TEXTOR in Jülich, Duitsland, als bij JET in Engeland zijn
continu wetenschappers uit Nieuwegein werkzaam. Bovendien
wordt, in samenwerking met de Nederlandse industrie
en internationale partners, een verhittingssysteem en een meetsysteem voor ITER
ontworpen en gebouwd. In Petten richt men zich op het onderzoeken
van nieuwe, hoogwaardige wandmaterialen met behulp van de
hogeflux-reactor.
|