Kernfusie in 1 minuut
Kernfusie, een zon op aarde
Nieuws
Veel gestelde vragen
ITER
Fusie in de media
Fusion Road Show
Downloads
Galerij
Stel een vraag
Links

 

 

 

Veel gestelde vragen (FAQ)

  • Wat zijn de voor- en nadelen van kernfusie?

  • Vind er onderzoek naar kernfusie in Nederland plaats?

  • Wanneer zal kernfusie daadwerkelijk worden toegepast?

  • Wat zijn de grootste verschillen tussen kernfusie en kernsplijting?

  •  

    Wat zijn de voor- en nadelen van kernfusie?

    Voordelen:

    1) Brandstof voor iedereen beschikbaar voor miljoenen jaren
    2) Veilig: als er iets misgaat in de centrale, stopt de fusiereactie meteen
    3) Schoon: het fusieproces maakt weliswaar de wand van een reactorvat radioactief, maar dit is alleen kort-levende (100 jaar) radioactiviteit
    4) Produceert geen broeikasgassen

    Nadelen:

    1) We hebben het nog niet, over 30 jaar komt het commercieel beschikbaar
    2) Kan alleen grootschalig (1000MW), dus niet geschikt voor kleine dorpjes, maar wel voor grote steden
    3) De centrale neerzetten is duur, daarna is de brandstof erg goedkoop
    4) Gebruikt tritium, een giftige stof. Daarom moet je veel maatregelen nemen om dat veilig te doen.

    Het nederlands kernfusie onderzoek maakt deel uit van het Europese fusie-onderzoeksprogramma. In europa is het fusie-onderzoek heel goed gecoordineerd, al sinds 1960. Een belangrijke reden daarvoor is dat fusie-experimenten groot en duur zijn, en het dus loont om verschillende landen te laten samenwerken aan 1 groot experiment. Op dit moment werkt heel Europa, samen met zes andere partners samen naar het groot internationale experiment ITER toe.


    Vind er onderzoek naar kernfusie in Nederland plaats?

    In Nederland vindt onderzoek naar kernfusie plaats bij het FOM-Instituut voor Plasmafysica Rijnhuizen (www.rijnh.nl) te Nieuwegein, en bij de Nuclear Research & Consultancy Group (NRG, www.nrg-nl.com) te Petten. Hierbij wordt nauw samengewerkt met industriepartners.

    Op Rijnhuizen in Nieuwegein wordt kernfusieonderzoek gericht op drie verschillende delen van ITER. Het eerste is ‘de uitlaat’ waar de reactieproducten van het vat worden verwijderd. Hier komt het plasma tegen de tegels van het vat aan. Er is echter weinig bekend over de interacties die hier tussen plasma en wand plaats zullen vinden. Om dit te onderzoeken wordt in Nieuwegein de plasmabron ‘Magnum-PSI’ gebouwd die de extreme condities in ITER zal nabootsen.

    Ten tweede buigen theoretische natuurkundigen in Nieuwegein zich over de bewegingspatronen in het hete plasma van een fusiereactor. Spontaan optredende turbulentie in het plasma leidt tot verhoogd warmteverlies. Dat is meestal ongewenst maar soms ook juist wel gewenst. Door de turbulentie te leren begrijpen zal in een fusiecentrale de operator deze actief kunnen beinvloeden om de verbranding in de reactor te optimaliseren.

    Als derde speerpunt ontwikkelt Rijnhuizen in samenwerking met industriele partners, TNO en NRG instrumentatie voor ITER. Een zogenaamd 'Upper Port Launcher' hier ontwikkeld, zal in ITER worden gebruikt om het reactorplasma te verhitten. Deze verhitting kan worden gebruikt om turbulente bewegingen in het plasma te beinvloeden.

    De samenwerking met industrie in dit project is erg belangrijk. ITER is een politiek ‘showcase’ en als innovatief land wil Nederland hier heel zichbaar aanwezig zijn – zowel industrieel als wetenschappelijk.

    NRG concentreert zich op het ontwikkelen van nieuwe, hoogwaardige wandmaterialen voor het fusiereactorvat. Deze materialen kunnen on-site bestraald worden met neutronen in een Hoge Flux Reactor, om te kijken of het materiaal daar schade van ondervind en of het materiaal radioactief wordt.


    Wanneer zal kernfusie daadwerkelijk worden toegepast?

    De planning voor het ontwikkelen van kernfusie als energiebron is als volgt:

    • Men is nu volop bezig met de grondwerkzaamheden voor het internationale fusie-experiment ITER die in zuid-Frankrijk gebouwd zal worden. De ITER organisatie is opgericht, en de eerste orders zijn de deur uit

    • In 2018 zal ITER klaar staan voor bedrijf. Gedurende 20 jaar zullen hier experimenten uitgevoerd worden om de technologische en wetenschappelijke haalbaarheid van kernfusie te bewijzen.
    • Daarna is DEMO gepland, een DEMOnstratiereactor die voor het eerst daadwerkelijk fusie-elektriciteit aan het net zal leveren, maar die nog steeds een experiment zal zijn. De bouw van DEMO zal rond 2025 beginnen. DEMO zal klaar staan voor bedrijf rond het einde van de levenscyclus van ITER. Dit experiment zal ook ongeveer 20 jaar meegaan.
    • Parallel aan deze experimenten zal grootschalige materiaalonderzoek plaatsvinden in een installatie met de naam IFMIF (International Fusion Materials Irradiation Facility). Hier zullen geschikte materialen worden getest voor het reactorvat van een fusiereactor.
    • Na deze periode van onderzoek moet de markt het overnemen en de eerste commerciële fusiecentrale bouwen. Dit zal vermoedelijk rond halverwege deze eeuw gebeuren.
    • Als de markt voor fusiecentrales met 10-15% per jaar groeit (wat best snel is), dan kan fusie aan het eind van deze eeuw ongeveer 10 -15% van de wereld energiebehoefte dekken.


    Wat zijn de grootste verschillen tussen kernfusie en kernsplijting?

    Het grootste verschil tussen kernfusie en kernsplijting is het volgende. Bij kernsplijting wordt een grote kern uit elkaar gesplitst in kleinere kernen. Bij kernfusie worden kleine kernen juist samengesmolten tot één grotere kern. Bij beide processen komt er energie vrij.

    Andere verschillen zijn:

    Kernsplijtingsreacties hebben radioactieve producten - kernfusiereacties niet. Bij kernfusie komt er maar een heel klein beetje licht radioactief afval vrij, doordat de wanden van de reactor na verloop van tijd radioactief worden. De radioactiviteit van dit afval is binnen een paar honderd jaar weer volstrekt veilig. Vergelijk dit met de duizenden jaren dat dat kost voor kernsplijtingsafval. De hoeveelheid afval die gemaakt zou worden door duizenden fusiecentrales over de hele wereld is ongeveer hetzelfde als de hoeveelheid afval gemaakt door de Nederlandse splijtingscentrale Borssele.

    Verder zijn de brandstoffen voor kernfusie eenvoudig en in overvloed verkrijgbaar (bijvoorbeeld in zeewater) en beschikbaar voor op z'n minst nog duizenden jaren. Daarentegen wordt verwacht dat als kernsplijting snel zou groeien, de Uranium voorraden binnen 50 jaar op zullen zijn.

    Ook is er een verschil tussen splijting en fusie wat betreft de veiligheid. Hoewel de veiligheid van kernsplijtingscentrales, vooral in het westen, tegenwoordig extreem goed is, is de veiligheid bij kernfusie inherent. Dat betekent dat ook al gaat er alles mis wat er mogelijk mis zou kunnen gaan, is er nog niets aan de hand. In tegenstelling tot kernsplijting is kernfusie geen kettingreactie. Als je de brandstoftoevoer afsluit dooft de reactie bijna meteen uit (net als bij bijvoorbeeld een gasbrander).

    Colofon | Disclaimer | Contact